Bij een verslaving spelen de volgende begrippen een rol:
Geestelijk afhankelijk
Als iemand geestelijk afhankelijk is van een bepaalde drug, betekent dit dat er het gevoel is niet meer zonder te kunnen. In je gedachten kun je niet zonder het middel, terwijl je lichamelijk zonder het middel zou kunnen. Dit heeft meer met de persoon zelf te maken dan met de drug die wordt gebruikt. Stel dat iemand een paar keer naar een danceparty is geweest en daar XTC heeft gebruikt. Uiteindelijk kan dit een gewoonte worden en wordt het uitgaan gekoppeld aan het gebruik van XTC (of een ander middel). Het is niet zo dat het lichaam op zo'n moment verlangt naar XTC. De persoon zelf heeft het idee niet goed te kunnen functioneren of te genieten zonder eerst iets gebruikt te hebben.
Voorbeelden van middelen waaraan iemand geestelijke afhankelijk kan raken: alcohol, cannabis, GHB, XTC, speed en tabak. Bij tripmiddelen als LSD en paddo's is er niet tot nauwelijks sprake van een geestelijke afhankelijkheid.
Lichamelijk afhankelijk
Als iemand lichamelijk afhankelijk is aan een bepaalde drug, dan is het middel een onderdeel geworden van het lichamelijk functioneren. Je lichaam vraagt als het ware naar het middel. Als iemand stopt met gebruik, dan gaat het lichaam protesteren in de vorm van ontwenningsverschijnselen.
Bij drugs waarbij niet direct sprake is van een lichamelijke afhankelijkheid kunnen ook ontwenningsverschijnselen optreden. De klachten hebben dan niet een direct lichamelijke oorzaak, maar zijn het gevolg van gevoelens als onrust, gespannenheid, depressiviteit of slapeloosheid.
Vaak heeft het lichaam steeds meer nodig van het middel om het gewenste effect te bereiken. Dit noemt men ook wel tolerantie.
Middelen die een grote mate van lichamelijke afhankelijkheid veroorzaken zijn alcohol, heroïne en slaap- en kalmeringsmiddelen.